Marinus Oostenbrink Adviezen Stedenbouw Architectuur JANUARI 2016

Openbare ruimte en publiek domein

In deze nieuwsbrief wordt vooral een eeuwenoude, politieke gewetensvraag aan de orde gesteld. Daarbij staat zowel de betekenis van als de zeggenschap over de openbare, stedelijke pleinruimte centraal. Meestal wordt onder “publiek domein” een abstracte grootheid verstaan: het geestelijke strijdtoneel waar maatschappelijke, filosofische en politieke opvattingen het openbare debat aangaan. Terwijl onder “openbare ruimte” vrijwel uitsluitend de fysieke ruimte wordt verstaan, met een specifieke vormgeving als straat, gracht, park of plein.
Maar in het meest ideale geval vallen beide begrippen samen en manifesteert het publieke domein zichzelf ook zichtbaar als openbare ruimte. Of omgekeerd: wordt de openbare ruimte een specifieke plek voor het publieksdebat. Lang geleden was dat het geval met  de griekse “stoa” en “agora” of met het romeinse “forum”. Meer recent was dat ook het geval op het centrale plein van Caïro.

APPELTJESMARKT   MARNIXSTRAAT CENTRUM

De Groen- en Appeltjesmarkt zijn relatief onbekende namen voor twee beeldbepalende randgebieden langs de Buitensingelgracht, aan de westzijde van de Amsterdamse binnenstad. Het huidige gebruik als busstation, taxistandplaats en parkeergarage heeft de herinnering aan de vroegere overslagfuncties voor groente en fruit geheel verdrongen. Ook het historisch verleden als onderdeel van de Amsterdamse vestingbolwerken is volledig onzichtbaar geworden. Hoewel de ligging van met name de Appeltjemarkt aan het water en tegenover de Nassaukade monumentaal is, maakt het gebied als geheel een verkommerde indruk. In de afgelopen 30 jaar zijn dan ook, tevergeefs,  tientallen, soms grootschalige plannen gemaakt voor herontwikkeling met nieuwe bestemmingen, functies en bouwvolumes.
In 2009 werd daarentegen door het Stadsdeel Centrum in beginsel besloten tot vormen van herinrichting en hergebruik. Optimale en hoogwaardige ontwikkeling van de openbare ruimte staan daarbij voorop, inclusief het thema “ontmoeting”. In een “concept masterplan” is dit thema zowel ruimtelijk als cultureel geïnterpreteerd, waarbij het vergroten van de (culturele en recreatieve) gebruikswaarde voor de dagelijkse leefomgeving centraal staat.
Daarbij wordt uitgegaan van de historische ondergrond van het gebied uit de afgelopen eeuwen. Voorgesteld wordt onder meer om het hele gebeid (groot 1,6 hectare)  te transformeren tot een eigentijds groen “bolwerk”, met attractieve publieksvoorzieningen, zoals lusthof, amfitheater, labyrint, lijnbaan en wandel-speel-tuinen.
De voorgestelde concepten en programma’s beogen een optimale verbinding tussen de historische, ruimtelijke en culturele betekenissen van deze bijzondere vorm van openbare ruimte, welke zijn betekenis vooral ontleent aan het “transitie-karakter”: van defensief bolwerk in de stadsrand naar uitnodigend, recreatief en cultureel hart in het stadslichaam.     

STADIONPLEIN, AMSTELVEENSEWEG ZUID

In de vele plannen die Berlage voor Amsterdam Zuid gemaakt heeft is het huidige Stadionplein nooit als een formeel en klassiek publieksplein ontworpen. Van veel grotere invloed waren de ligging in de toenmalige zuid-westelijke stadsrand, aan de Amstelveense Weg en de situering van de (tijdelijke) stadiongebouwen. Dit veranderlijke stedelijke krachtenveld  is ook nu nog bepalend voor de onbestemde aard en betekenis van het actuele Stadionplein, waardoor het altijd een speelbal van nieuwe plannenmakers is gebleven. Nooit is het Stadionplein goed gedefinieerd als een grote, stedelijke ruimte met een breed, publiekskarakter, waarin een groot aantal sferen, structuren en domeinen elkaar ontmoeten.
In wezen geldt dat ook voor de meest recente plannen zoals ontwikkeld door Stadsdeel Zuid (ism het bureau O.M.A van Koolhaas) en door de Buurtgroep Stadionplein en Omgeving (ism Schoen en Oostenbrink). Waar het Stadsdeel heeft gestreefd naar een maximaal bouwvolume, ten koste van de huidige pleinruimte, bepleitte de Buurtgroep juist een maximale (groene) pleinruimte met een minimale bebouwing.
Dit schijnbaar onoverbrugbare spanningsveld tussen “volume” enerzijds en “ruimte” anderzijds wordt veroorzaakt door een onbevredigende analyse van de actuele en historische context. Deze is vele malen groter dan het huidige Stadionplein en omvat eveneens de Schinkel, de Riekerhaven en de Ringwegen Zuid en West. Daardoor is de visievorming voor het Stadionplein nooit verder gekomen dan een “postzegelplan” waarvan de beperkte omvang afbreuk doet aan zowel de lange lijnen van de universele, Berlagiaanse visie, als aan de veranderde positie van het Plan Zuid in het groeiende Amsterdamse stadslichaam. Als gevolg daarvan wordt niet alleen het Stadionplein als buurtdomein opgeofferd, maar worden ook kansen gemist voor een nieuwe, ruimtelijke positionering van het Stadion zelf aan de Schinkeloevers. Een groter en volwaardig plein voor bewoners, ware mogelijk geweest wanneer ook de stedenbouwkundige visievorming  grootser, dwz completer, volwaardiger en meer integraal zou zijn ontwikkeld.
Maar om dat te bereiken is een sterker bewustzijn nodig mbt de verschillende domeinen, die in de stad aanwezig zijn, inclusief de betekenis en emotie, die deze hebben voor uiteenlopende groepen gebruikers en bewoners. De afweging, waardering en beoordeling daarvan is bij uitstek een zaak van het publieke domein, welke des te nauwer luistert, naarmate de ruimtelijke domeinen groter, meer gedifferentieerd en gevoeliger zijn. Juist waar de ruimtelijke en stedenbouwkundige veranderingen in de omgeving groot en grootschalig zijn is het van primair belang dat alle belangen en posities als evident programma worden herkend, erkend en geformuleerd.     

DE HALLEN, DA COSTAKADE OUD WEST

PLEIN 40-45, OSDORPNIEUW WEST

STATION ZUID-AS, MINERVALAAN ZUID