Marinus Oostenbrink Adviezen Stedenbouw Architectuur JANUARI 2016

Tragedy of a friendship

Gevecht van Fabre met Wagner en Nietzsche.
De tragedie van alle kunst: beeldenstormer die van traditie houdt?

Ook in het inmiddels achter ons liggende Holland Festival 2013 ruimschoots aandacht voor Wagner en Wagnerjaar 2013. Het door de Vlaamse Opera geïnitieerde en als “wereldcreatie” aangekondigde muziektheater Tragedy of a friendship kwam tot stand als internationale coproductie. Met een lengte van maar liefst 3,5 uur zonder pauze, kan deze wagneriaanse meta-opera van Jan Fabre zich qua omvang en ambitie meten met het werk van de grote meester Richard Wagner zelf. Alle elementaire kern-elementen van het wagneriaanse oeuvre zijn overduidelijk aanwezig in deze omstreden vorm van muziektheater. Alle 13 opera’s van Wagner komen aan bod, maar waarderingen lopen zeer uiteen: van “hallucinerend en spraakmakend”, tot “buitensporig , gewelddadig, overbodig”. Marinus Oostenbrink, bewonderaar van zowel Jan Fabre als Richard Wagner bezocht de voorstelling en was verbaasd over het geringe aantal wagner-fans in de zaal. Hieronder zijn beschouwende terugblik en indrukken.

Wagnerjaar als vliegwiel

Het Wagnerjaar 2013 brengt nog steeds velen en veel in hevige beweging. Niet alleen is er sprake van een waar publiciteitsoffensief in talloze media, waardoor een groeiend publiek wordt aangesproken. Maar ook zijn er steeds meer nieuwe ensceneringen, regies, uitvoeringen en reprises van de originele Wagneriaanse opera’s in binnen- en buitenland. Daarnaast blijven werken en leven van Richard Wagner als historische, creatieve en revolutionaire persoonlijkheid een sterke en actuele inspiratiebron voor veel levende kunstenaars. Het meest recente voorbeeld daarvan is wel de Vlaamse beeldende kunstenaar Jan Fabre, die al zijn hele leven door Wagner werd en wordt gefascineerd. Deze veelzijdige en internationaal gelauwerde Vlaamse Beeldenstormer heeft vooral naam gemaakt met ruimtelijke sculpturen en installaties, waarin mens en dier een belangrijke rol hebben, inclusief water, bloed, sperma en vuur. Tegelijk ziet hij zichzelf als onderdeel van een lange, kunsthistorische traditie, waarmee hij zowel de dialoog als de confrontatie aangaat. In het verleden leidde dat tot grote tentoonstellingen zoals Homo Faber (2006 Brussel) en l’Ange de la metamorphose (2008 Louvre Parijs): indrukwekkende confrontaties met de grote meesters uit het verleden. Dit vermogen om verschillende artistieke uitdrukkingsvormen samen te brengen heeft bij Jan Fabre geleid tot verschillende vormen van integraal totaal-theater, waarin beeldende kunst, drama, dans, muziek en performance worden samengebracht, vanuit een alomvattend wagneriaans perspectief.

Gesamtkunstwerken van Jan Fabre

Een mooi voorbeeld hiervan is Fabre’s productie uit 1984 De macht der theaterlijke dwaasheden. Daarin wordt de première van Wagner’s Ring in Bayreuth als sleutelmoment voor de moderne theatergeschiedenis voorgesteld. Aan een van de actrices wordt de toegang tot het toneel hardhandig en gewelddadig geweigerd, tot ze zich de historische première-datum herinnert. Tekenend voor Fabre is deze paradox: enerzijds een hommage aan de Wagneriaanse “illusie-machine”, anderzijds een afrekening ermee. Om vervolgens met fysieke inzet een nieuwe realiteit, maar ook een nieuwe leugen en illusie te construeren. Waarmee opnieuw het werken met performances, met, op en in het menselijk lichaam, als centraal element in Fabre’s oeuvre wordt benadrukt.
Fabre’s meest recente muziektheaterproductie Tragedy of friendship kan worden beschouwd als een hommage aan zijn meest zielsverwante en geliefde kunstenaar Richard Wagner. Eerder dan een opdrachtwerk van de Vlaamse Opera is het een vorm van cultureel ondernemerschap, dat vooral op
initiatief van Fabre zelf tot stand kwam. Uiteraard goed gepositioneerd in het kader van Wagnerjaar 2013. Maar ook als  “wereldcreatie” geproduceerd voor het Opera XXI Festival met maar liefst 28 uitvoeringen in 8 (wereld)steden, als Parijs, Geneve, Lille, Gent, Brugge, Antwerpen (première mei 2013) en uiteraard Amsterdam (HF juni 2013). De Vlaamse dichter Stefan Hertmans, als auteur en de Duitse componist Moritz Eggert werden door Fabre zelf uitgenodigd. Van een libretto in de klassieke zin is feitelijk noch conceptueel sprake. Als motief door de makers wordt daarbij aangevoerd dat niet gestreefd werd naar een “pseudo-wagner-opera”, omdat de vriendschap/vijandschap tussen Wagner en Nietzsche een te complex thema zou zijn. In plaats daarvan is er sprake van een opeenvolging van 13 scènes, gebaseerd op alle 13 opera’s van Wagner, welke feitelijk chronologisch worden gepresenteerd. Dansers, zangers en performers spelen daarin een overheersende rol. In elke scène staat de iconografie van Wagner centraal, met behulp van karakteristieke en (over)bekende beeld-elementen  zoals het zwaard, de zwaan, het schip, het zeil. Door het ontbreken van een klassiek libretto is er evenmin sprake van een goed definieerbare opera-partituur. Componist Eggert heeft zich vooral gericht op muziek-scènische fragmenten passend bij het dynamische performance-karakter van elk van de 13 tableaus. Tegen deze achtergrond is de samenwerking van het driemanschap Fabre-Hertmans-Eggert dan ook eerder als reactief dan als integraal te benoemen. Meer een vorm van deels gestuurde, deels interactieve improvisatie dan een vorm van integraal Gesamtkunstwerk. Terecht wordt en is daarom de vraag gesteld of hier sprake is van ofwel opera (neen dus), dan wel muziektheater (wellicht) ofwel een montage-voorstelling(denkbaar)? Dit alles dus nog los van een waardeoordeel over inhoud, kwaliteit en uitvoering, waarover later meer.
Zelf ben ik tot de conclusie gekomen dat deze definitie-kwestie eigenlijk minder belangrijk is. Meer wezenlijk is de ervaring en beleving van de essentiële, contrastrijke en authentieke thema’s, van zowel Fabre als van Wagner. Het zijn deze thema’s van “leven/ dood/ liefde/ geweld/ lichaam/ geest/ goddelijkheid/ identiteit” welke bepalend zijn voor vorm en inhoud. Ritueel meta-theater zou wellicht een goede naam zijn voor deze bij uitstek eigentijdse, maar hybride operavorm.

Concept of libretto?
   
In het goed verzorgde boekje dat ook met de titel Tragedy of friendship verscheen, zijn enkele behartenswaardige teksten opgenomen van (libretto)schrijver en dichter Stefan Hertmans. Deze werpen een goed licht op de beoogde uitgangspunten en principes van het nagestreefde concept.
-“Wat begint als een idylle, zal eindigen als een hel”
-“Het verhaal van de vriendschap tussen de filosoof met de hamer, en de componist van het totaalspektakel.”
-“De tragedie van de kunstenaar: dat hij strijdt met de denker in zichzelf?”
-“Kunst tussen denken en dromen: de tragedie van elke kunst? ”.
Deze citaten illustreren het gegeven, dat er sprake is van een universele thematiek, die bepalend is voor vele kunstenaars en kunstvormen. Dit dus geheel los van de artistieke discipline, waarbinnen de realisatie plaatsvindt: of deze nu beeldend, muzikaal, theatraal of poëtisch benoemd wordt. De vriend-vijandschap tussen Wagner en Nietzsche staat daarmee voor het veel bredere spanningsveld tussen denkers en dichters waar ook de Griekse filosoof Plato zich al mee bezighield. Dezelfde tegenstellingen tussen apollinische en dionysische krachten zijn aanwezig in alle opera’s van Wagner en daarmee ook in het werk dat Jan Fabre hierop baseerde: misschien als afrekening, misschien als vraagstelling? Mede daarom is er bij Tragedy of a friendship sprake van een meta-opera, niet als een soort samenvatting, maar eerder als een soort overstijging of transcendentie van de traditionele opera-vorm, waarmee wij vertrouwd zijn.